Karel de Grote Hogeschool
Brusselstraat 45 - 2018 ANTWERPEN
03 613 13 13
info@kdg.be
Dieren in een klas- of schoolcontext: Animal Assisted Education21216/1690/2122/24767/38
Studiegids

Dieren in een klas- of schoolcontext: Animal Assisted Education

21216/1690/2122/24767/38
Academiejaar 2021-22
Komt voor in:
  • Banaba in de zorgverbreding en remediërend leren, trajectschijf 1
  • Banaba in het buitengewoon onderwijs
  • Postgraduaat Autismespectrum
Dit is een deel van het opleidingsonderdeel Keuzetraject 21-22.
Studieomvang: 2 studiepunten
Gewicht: 2,00
Totale studietijd: 50,00 uren
Coördinator: Flamang Annelies
Taalvak: Nee
Onderwijstalen: Nederlands
Kalender: Periode 2+3+4

Studiematerialen algemene info: Verplicht

Aanvullende studiematerialen vind je op de elektronische leeromgeving of krijg je van de docent(en).

Studiematerialen

BNB BOZO Keuzevak: Dieren in een klas- of schoolcontext: Animal Assisted EducationVerplicht
  • Uitgever: Karel de Grote Hogeschool
  • Editie: van het betreffende academiejaar
  • Medium: Digitale leeromgeving
  • Niet te koop via de verkoopdienst

Werkvormen algemene info

De studiebelasting omvat contacturen, supervisiesessies, praktijkervaring en een persoonlijke praktijkgerichte verwerking.
Contacturen en supervisiesessies kunnen online en/of op de campus plaatsvinden.

Werkvormen

Totale studietijd50,00 uren
  • Duur: 3 periodes
  • Startmoment: Periode 2

Leerresultaten

CodeOmschrijving
OLR1.11.1 De bachelor-na-bachelor maakt met alle betrokkenen (leerling, ouders en anderen in diens netwerk, partners in onderwijs) verbinding en stelt zich in communicatie gelijkwaardig op.
OLR1.21.2 De bachelor-na-bachelor hanteert een waarderende en autonomie-ondersteunend taalregister met alle betrokkenen
OLR1.31.3 De bachelor-na-bachelor verzamelt op systematische wijze gegevens van een leerling met specifieke ondersteuningsbehoeften en diens context via observatie en gesprek.
OLR1.41.4 De bachelor-na-bachelor schat vanuit de beginsituatie van een leerling diens mogelijkheden (en beperkingen) correct in en formuleert individuele doelen om welbevinden, leren en participatie toekomstgericht te bevorderen.
OLR2.12.1 De bachelor-na-bachelor handelt interprofessioneel, zet communicatievaardigheden in die de samenwerking bevorderen en neemt als lid van het team verantwoordelijkheid op voor het behalen van collectieve resultaten.
OLR2.22.2 De bachelor-na-bachelor draagt zorg voor zichzelf en anderen na het opmaken van de balans draagkracht en draaglast van het team.
OLR2.32.3 De bachelor-na-bachelor kan de basisvaardigheden van teamcoaching toepassen op een team van leerlingen en/of collega’s.
OLR2.42.4 De bachelor-na-bachelor realiseert een duurzame en gelijkwaardige samenwerking op alle niveaus van het zorgcontinuüm met alle betrokken actoren in de school en in het brede netwerk rondom de school.
OLR2.52.5 De bachelor-na-bachelor zet vergadertechnieken effectief en efficiënt in, kan leiding nemen en gepast omgaan met weerstand.
OLR3.13.1 De bachelor-na-bachelor handelt planmatig en inclusief. Hij coördineert de afstemming tussen de doelen en aanpak; leerinhouden, leermiddelen, groeperingsvormen, evaluatievormen worden geënt op de specifieke (sub)groep én op de specifieke leerling binnen deze groep.
OLR3.23.2 De bachelor-na-bachelor voert goed (klas)management vanuit inzichten uit groepsdynamische processen en factoren die gedrag bepalen.
OLR3.33.3 De bachelor-na-bachelor zet specifieke (technologische), ondersteunende communicatiemiddelen in, wanneer deze een meerwaarde bieden voor het leerproces van de leerling(en).
OLR3.43.4 De bachelor-na-bachelor hanteert een correcte onderwijstaal, afgestemd op het ontwikkelings- en sociaal-emotionele niveau van de leerling(en); hij stelt (denk-, doe- en voel-) stimulerende vragen en geeft op (cruciale) momenten gericht feedback, waarbij hij het leerproces van de leerling zichtbaar maakt.
OLR3.53.5 De bachelor-na-bachelor coacht de leerling in autonomie en zelfregulerend leren; van zodra het kan, bouwt de bachelor-na-bachelor de ondersteuning gestaag af.
OLR3.63.6 De bachelor-na-bachelor coördineert administratieve taken, gekoppeld aan het handelingsgericht werken.
OLR6.16.1 De bachelor-na-bachelor formuleert zijn ondersteuningsbehoeften en neemt het eigenaarschap van de professionalisering op om kwaliteitsvol onderwijs te kunnen realiseren.
OLR6.26.2 De bachelor-na-bachelor blijft de eigen professionaliteit ontwikkelen, vanuit een actief onderzoekende houding en door samen te werken met en te leren van diverse interne en externe partners in professionele leergemeenschappen en netwerken.

Leerdoelen

  • Je kan het begrip AAE situeren en uitleggen;
  • Je kan uitleggen welke meerwaarde dieren in een klas- of schoolcontext kunnen brengen;
  • Je kan de nood aan professionalisering in de AAE-sector toelichten en verdedigen;
  • Je kan de effecten van de mens-dierrelatie en de onderliggende mechanismen benoemen en verklaren;
  • Je kan deze effecten en mechanismen concreet vertalen naar een klas- of schoolcontext;
  • Je kan je aan de hand van enkele ‘best practices’ een beeld vormen van hoe een goede school- of klasdierwerking er uit kan zien;
  • Je kan de valkuilen verbonden aan het werken met dieren in een schoolcontext toelichten;
  • Je kan een gepast antwoord op deze valkuilen formuleren;
  • Je kan een geschikte klasdiersoort kiezen;
  • Je kan bepalen of een (individueel) dier voldoet aan de eisen die aan school- en klasdieren worden gesteld;
  • Je kan het dierenwelzijn binnen AAE toelichten en kaderen;
  • Je kan de aandachtspunten bij het duurzaam implementeren van een school- of klasdierwerking toelichten en concretiseren.

Leerinhoud

Doelgroep: basis- en secundair onderwijs

Tijdens dit aanbod gaan we in op volgende aspecten;
We vertrekken van een oriëntering op de AAI – sector op grond van een definitie, de historische evolutie en professionalisering in Vlaanderen en wereldwijd.

We zoomen vervolgens in op antrozoölogie en AAI: we bespreken de effecten van de mens-dierrelatie en onderliggende mechanismen.

Animal Assisted Education / Learning (AAE) zullen we eerst kaderen en vervolgens bespreken we de trends en perspectieven. We bekijken toepassingsmogelijkheden en delen ‘best practices in AAE’ . Daarnaast gaan we in op mogelijke valkuilen van AAE.

We versmallen ons verhaal naar school- en klasdieren vanuit een definitie, bevraging van keuze en geschiktheid, opvolging, en mogelijke toepassingen. We staan ook bewust stil bij het welzijn van de dieren zelf.

Instap- en studiebegeleiding

Bij dit opleidingsonderdeel hoort vakgeïntegreerde studiebegeleiding. Voor andere vormen van studiebegeleiding kun je terecht bij je leertrajectbegeleider, die je kan verwijzen i.f.v. specifieke studiebegeleiding.

Evaluatie algemene info

De evaluatie gebeurt op niveau van het samengesteld opleidingsonderdeel "Keuzetraject". Je vindt de algemene informatie over de evaluatie van de keuzevakken dan ook terug in de ECTS-fiche van dit samengesteld opleidingsonderdeel.